Ingeklapte long
In de borstkas liggen de longen. De longen zijn omgeven door twee vliezen: het longvlies (zit op de long) en het borstvlies (zit aan de binnenkant van de borstkas). Normaal glijden deze vliezen soepel over elkaar. Tussen de vliezen zit een kleine ruimte met een beetje vocht. Deze ruimte is luchtdicht. Bij het inademen zet de borstkas uit. De longen volgen deze beweging en vullen zich met lucht. Bij een klaplong komt er lucht tussen de twee vliezen. Hierdoor kan de long minder goed uitzetten.
Hieronder leest u kort meer over de aandoening. Meer informatie vindt u in onze folder.
Zorgpad
Oorzaken
Oorzaken
Een klaplong ontstaat meestal spontaan, zonder duidelijke oorzaak. Soms ontstaat een klaplong door een verwonding, bijvoorbeeld bij een ongeluk, een messteek of een operatie. Het kan ook gebeuren bij duiken met perslucht of vliegen zonder drukcabine. Daarnaast kan een klaplong ontstaan door een longaandoening, zoals COPD of taaislijmziekte.
Behandelingen
Behandelingen
De behandeling hangt af van de grootte van de klaplong. Is de klaplong klein? Dan is rustig aan doen vaak voldoende. De long herstelt dan meestal vanzelf.
Drain
Is de klaplong groter? Dan krijgt u een drain. Dit is een dun slangetje tussen twee ribben, tussen het long- en borstvlies. De drain voert de lucht af via een pomp. Het duurt meestal een paar dagen voordat de lucht weg is. Soms wordt er een extra röntgenfoto gemaakt. Als alle lucht weg is, wordt de drain verwijderd.
Pleurodese
Heeft u vaker een klaplong gehad? Dan kan de arts uw longvliezen aan elkaar laten ‘plakken’. Dit heet pleurodese. Hierbij wordt een poeder tussen de vliezen gespoten. Dit verkleint de kans op een nieuwe klaplong.
Operatie
Herstelt de klaplong niet of heeft u vaker klachten? Dan kan een operatie nodig zijn. Dit gebeurt meestal via een kijkoperatie door een gespecialiseerde chirurg. De longarts en chirurg werken hierbij samen.
Kans op herhaling
Zonder operatie is de kans op een nieuwe klaplong aan dezelfde kant ongeveer 30 tot 40%. Na een operatie is deze kans kleiner, ongeveer 8 tot 10%.
De operatie
De operatie
De thoraxchirurg maakt een kleine opening aan de zijkant van uw borstkas. Via deze opening wordt de operatie uitgevoerd. De chirurg verwijdert een deel van het borstvlies. Hierdoor ontstaat na de operatie een reactie waardoor het borstvlies en het longvlies aan elkaar vast gaan zitten. Dit verkleint de kans op een nieuwe klaplong.
Soms extra openingen nodig
Soms is één opening niet voldoende. De chirurg maakt dan één of twee extra kleine openingen. Deze worden na de operatie gesloten met hechtingen of pleisters.
Thoraxdrain
Aan het einde van de operatie krijgt u een drain. Dit is een slangetje dat lucht uit de borstkas afvoert. Hierdoor kan de long zich weer goed ontplooien. De drain wordt verwijderd als er geen lucht meer lekt. Dit duurt meestal 2 tot 5 dagen.
Een arts waarschuwen
Een arts waarschuwen
Krijgt u na uw ontslag klachten, zoals pijn bij het ademen of plotselinge benauwdheid? Neem dan contact op. Tijdens kantoortijden belt u de polikliniek Longgeneeskunde via (078) 652 33 28 of uw huisarts. Buiten kantoortijden belt u de huisartsenpost. De arts kijkt of de klachten door de behandeling komen of een andere oorzaak hebben.