Zoeken

Longgeneeskunde

Trombosebeen en/of longembolie

Bloedstolling helpt om bloedingen te stoppen. Dat is belangrijk. Maar soms stolt het bloed zonder dat er een wond is. Er ontstaat dan een bloedstolsel in een bloedvat. Dit heet trombose. Trombose kan overal in het lichaam ontstaan, maar komt het meest voor in de benen of longen. Zit het stolsel in een been? Dan kan het been dik, warm en pijnlijk worden.

Bij een longembolie zit er een bloedstolsel in een bloedvat van de long. Dit stolsel komt vaak uit een been of het bekken. Door de verstopping stroomt er minder bloed door de long. Daardoor kan de long minder zuurstof opnemen. U kunt dan benauwd worden en pijn krijgen bij het ademen.

Hieronder leest u kort meer over de aandoening. Meer informatie vindt u in onze folder.

Zorgpad

Behandeling

Behandeling

Uw lichaam ruimt het bloedstolsel meestal zelf op. Om te voorkomen dat het stolsel groter wordt of dat er nieuwe stolsels ontstaan, krijgt u bloedverdunners. De arts bespreekt met u of u naar huis mag of dat opname in het ziekenhuis nodig is.

Naar huis

Heeft u een trombosebeen? Dan mag u na behandeling op de Spoedeisende Hulp meestal weer naar huis. U krijgt een recept voor bloedverdunners en een afspraak bij de trombosepolikliniek. Ook moet u bij een trombosebeen een steunkous dragen. Deze kous helpt de bloedcirculatie en ondersteunt het herstel van uw been. Draag de kous overdag, meestal minimaal een half jaar. Dit helpt om klachten op langere termijn te voorkomen.

Opname in het ziekenhuis

Bij een longembolie wordt u soms twee tot vijf dagen opgenomen in het ziekenhuis. De behandeling bestaat meestal uit bloedverdunners, zo nodig extra zuurstof (bij een laag zuurstofgehalte) en pijnstillers. Na de start met bloedverdunners nemen uw klachten meestal geleidelijk af.

Trombosepolikliniek

Trombosepolikliniek

We begrijpen dat een trombosebeen of longembolie veel vragen kan oproepen, zeker als u weer thuis bent. Voor informatie, advies en begeleiding kunt u terecht bij de trombosepolikliniek. U spreekt daar met een arts en/of tromboseverpleegkundige. Er is alle ruimte om uw vragen te stellen. De tromboseverpleegkundige helpt u bij het juiste gebruik van uw medicijnen en begeleidt u tijdens uw herstel.